Theebus
Objectnummer1899.0136
TitelTheebus
Vervaardigeronbekend
BeschrijvingVierkante theebus met ingesnoerde hoeken op vier lage ongeglazuurde voeten, met een ronde hals op een ring en met dop.
Chinees Imari, versierd in onderglazuur blauw en bovenglazuur ijzerrood en goud. Op twee zijden een doorlopende versiering van pioenrozen, bloemranken- en takken. Deze versiering loopt over in het derde paneel met daarop een bananenboom op een geperforeerde tuinrots. Het vierde paneel staat op zichzelf en is versiert met pioenrozen en bloemen in een siervaas, met schuin daarachter een tafeltje. Daarachter een klein vaasje met bloempjes. Alle panelen zijn van boven en onder afgesloten met een doorlopende blauwe lijn. Op de schouder cartouches met gestileerde bloemen, daartussen een patroon van diamantwerk met rozetten. Op het ronde deksel een gestileerd bloempje.
In de tweede helft van de 17e eeuw nam Japan tijdelijk de porseleinproductie over van China dat verscheurd werd door burgeroorlogen. Zij ontwikkelden in het laatste kwart van de 17e eeuw hun eigen stijlen voor exportgoed, onder andere het Imari dat ook voor de eigen markt werd vervaardigd.
De Imari stijl werd genoemd naar de haven dichtbij de porseleinovens van Arita gelegen, vanwaar het porselein werd vervoerd naar Nagasaki voor de export. Imari werd zeer populair bij de Hollandse kooplieden en paste goed bij de barokke stijl van de interieurs, waarin polychrome kleuren en verguldsel een grote rol speelden.
In het begin van de 18e eeuw toen de Chinezen alweer het grootste deel van de porseleinexport op zich hadden genomen, introduceerden zij hun eigen - goedkopere - variant op het populaire Japanse Imari. De stijl kenmerkt zich door het gebruik van onderglazuur blauw in combinatie met bovenglazuur ijzerrood en goud. Een enkele keer worden ook emailles als groen, geel en zwartbruin toegevoegd. Europese vormen kwamen veel voor, Europese voorstellingen nauwelijks.
Het Chinees Imari onderscheidt zich van het Japanse door een fijnere kwaliteit porselein en een dunne, wittere gelijkmatige glazuur. De rode emailles zijn over het algemeen dunner en meer doorschijnend dan de Japanse waarbij het rood vaak veelal dikker en donkerder is. Ook het onderglazuur blauw is over het algemeen lichter en helderder dan het donkerder blauw van het Japanse Imari.
Het Imari, zowel het Japanse als Chinese, bereikte Nederland eerst via de privéhandel. Pas decennia later (c.1730) werd het Chinees Imari ook door de VOC verhandeld. Het werd in de VOC-archieven Chinees-Japans genoemd en in grote hoeveelheden tot het einde van de 18e eeuw ingekocht.
Chinees Imari, versierd in onderglazuur blauw en bovenglazuur ijzerrood en goud. Op twee zijden een doorlopende versiering van pioenrozen, bloemranken- en takken. Deze versiering loopt over in het derde paneel met daarop een bananenboom op een geperforeerde tuinrots. Het vierde paneel staat op zichzelf en is versiert met pioenrozen en bloemen in een siervaas, met schuin daarachter een tafeltje. Daarachter een klein vaasje met bloempjes. Alle panelen zijn van boven en onder afgesloten met een doorlopende blauwe lijn. Op de schouder cartouches met gestileerde bloemen, daartussen een patroon van diamantwerk met rozetten. Op het ronde deksel een gestileerd bloempje.
In de tweede helft van de 17e eeuw nam Japan tijdelijk de porseleinproductie over van China dat verscheurd werd door burgeroorlogen. Zij ontwikkelden in het laatste kwart van de 17e eeuw hun eigen stijlen voor exportgoed, onder andere het Imari dat ook voor de eigen markt werd vervaardigd.
De Imari stijl werd genoemd naar de haven dichtbij de porseleinovens van Arita gelegen, vanwaar het porselein werd vervoerd naar Nagasaki voor de export. Imari werd zeer populair bij de Hollandse kooplieden en paste goed bij de barokke stijl van de interieurs, waarin polychrome kleuren en verguldsel een grote rol speelden.
In het begin van de 18e eeuw toen de Chinezen alweer het grootste deel van de porseleinexport op zich hadden genomen, introduceerden zij hun eigen - goedkopere - variant op het populaire Japanse Imari. De stijl kenmerkt zich door het gebruik van onderglazuur blauw in combinatie met bovenglazuur ijzerrood en goud. Een enkele keer worden ook emailles als groen, geel en zwartbruin toegevoegd. Europese vormen kwamen veel voor, Europese voorstellingen nauwelijks.
Het Chinees Imari onderscheidt zich van het Japanse door een fijnere kwaliteit porselein en een dunne, wittere gelijkmatige glazuur. De rode emailles zijn over het algemeen dunner en meer doorschijnend dan de Japanse waarbij het rood vaak veelal dikker en donkerder is. Ook het onderglazuur blauw is over het algemeen lichter en helderder dan het donkerder blauw van het Japanse Imari.
Het Imari, zowel het Japanse als Chinese, bereikte Nederland eerst via de privéhandel. Pas decennia later (c.1730) werd het Chinees Imari ook door de VOC verhandeld. Het werd in de VOC-archieven Chinees-Japans genoemd en in grote hoeveelheden tot het einde van de 18e eeuw ingekocht.
Vervaardiging plaatsChina, Jingdezhen
Datum circa 1725 - circa 1750
Vervaardiging periode18e eeuw
Objectnaamtheebusjes
Objectcategorieoosterse keramiek
Materiaalporselein
Formaat
- mondring theebusje diameter: 2.30 cm
voet theebusje lengte: 6.20 cm
voet theebusje breedte: 5.90 cm
theebusje geheel hoogte: 11.20 cm
Credit lineCollectie Groninger Museum. Legaat jonkheer mr. Mello Backer, Groningen (1899)






